De lessen van Obama's tekstschrijver

Scoringsdrang is universeel – en onjuist
Zo’n zeven keer ging de gemiddelde tekst van Keenan heen en weer tussen hem en Obama. En de opmerkingen gingen niet over een werkwoordje hier of een lidwoordje daar. Het verhaal stond steeds vol doorhalingen, wijzigingen en aanvullingen. Als tekstschrijver wil je het liefst in één keer raak schieten. Ik in ieder geval wel. En vaak lukt dat. Maar als dat níét lukt, is het geen reden om huilend in de wasmand te gaan zitten. Want een goed verhaal – zo betoogt Keenan – is meestal niet in een keer af. Je werkt eraan, zoals aan een kunstwerk of een auto. En dat doe je samen.

Zoek naar wat ook jou raakt – en wat waar is
In 2014 sprak Obama bij de herdenking van D-Day in Frankrijk. En de speech die Keenan hiervoor schreef, was vrijwel meteen goed. Hoe dat kon? Het verhaal was deels gebaseerd op Keenan zélf. Zijn opa had gevochten in de oorlog, en had met zijn regiment half Europa doorkruist. Het is een ervaring die de familie nog altijd tekent. En waar Keenan voor deze speech extra onderzoek naar deed. Hij las kranten uit die tijd, dook de archieven in. En bouwde zo aan een verhaal dat waar was én dat raakte. In één keer.

Luister Miles Davis – en dan vooral naar de stiltes
Eens schreef Keenan een tekst waar Obama anderhalve dag niet op reageerde. Keenan in de stress: dit was heel erg mis. Obama ontbood de tekstschrijver in zijn privévertrek (hij lunchte met kip en gegrilde groenten, weet Keenan nu nóg precies) en zei: ‘Alles zit in je tekst. Je bespreekt alle onderwerpen. En allemaal op het hoogste niveau.’ Okay, dacht Keenan. Maar wat is dan het probleem? ‘Ga naar huis’, zei Obama. ‘En luister naar een album van Miles Davis.’ Wat Keenan die avond hoorde, bracht een wezenlijke verandering in zijn teksten teweeg. Het waren de stiltes. Daarmee maak je ritme in een verhaal. En zorg je ervoor dat mensen ademloos kunnen luisteren.